‘Talking Traffic is een bouwsteen en voorbeeld voor smart mobility’

Interview met Jan-Bert Dijkstra en Caspar de Jonge

Tijdens de (komende) regionale roadshows ervaren bestuurders, ambtenaren en stakeholders wat nu al met Talking Traffic kan: bijvoorbeeld hoe slimme verkeerslichten kunnen anticiperen op het verkeer en voorrang geven, en hoe informatiediensten de buschauffeur op maat informeren. Al met al leidt dat tot minder oponthoud en minder uitstoot. ‘Smart mobility krijgt de komende jaren volume. Daarvoor hebben we als overheden onze krachten gebundeld en intensiveren we onze samenwerking met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Talking Traffic laat zien hoe we kunnen samenwerken én opschalen.’ Een interview met Jan-Bert Dijkstra (directeur Mobiliteit en Gebieden, ministerie van IenW) en Caspar de Jonge (programmamanager ITS en Smart Mobility, ministerie van IenW).

Jan-Bert Dijkstra

directeur Mobiliteit en Gebieden (ministerie van IenW)

Caspar de Jonge

programmamanager ITS en Smart Mobility (ministerie van IenW)

Files groeien en de CO2-uitstoot neemt nog nauwelijks af. Gaat smart mobility ons redden?

De Jonge: ‘Als we onder smart mobility ook de complete energietransitie vatten, dan komen we een heel eind. Smart mobility omvat veel: dataconnectiviteit, Talking Traffic en vergelijkbare diensten, zero-emissie van verkeer, Mobility as a Service, automatisering van voertuigen en gebruik van allerlei ondersteunende diensten. De technologie ontwikkelt zich razendsnel, het duurt alleen lang voordat technologie in de markt beschikbaar komt en gebruikt wordt door grote groepen consumenten. We gaan zeker een betere wereld tegemoet met alle mogelijkheden van smart mobility. Maar niet alle werkgevers gaan in één keer om, en leasebedrijven zetten niet in één keer andere voertuigen in of komen tot een ander businessmodel. Het bedrijfsleven moet fors investeren en consumenten, werkgevers en werknemers moeten nieuwe technologische mogelijkheden omarmen. Dat gaat doorgaans schoksgewijs.

Die zelfrijdende auto komt er echt. Tegelijkertijd rijden in Nederland 8,5 miljoen auto’s, die niet onmiddellijk worden vervangen. Met Talking Traffic maken we die auto’s al zoveel slimmer. En we verwachten dat op termijn dankzij Mobility as a Service het aantal reizigerskilometers zal toenemen, terwijl autobezit afneemt. Dat gebeurt niet allemaal morgen, we moeten eerst over een paar drempels heen. Maar het kan snel gaan.’

'Die zelfrijdende auto komt er echt. Tegelijkertijd rijden in Nederland 8,5 miljoen auto’s, die niet onmiddellijk worden vervangen. Met Talking Traffic maken we die auto’s al zoveel slimmer.'

Minister Van Nieuwenhuizen (IenW) heeft een beleidsagenda gemaakt om te versnellen. Wat springt er voor jullie uit?


Dijkstra: ‘Ons beleid is gericht op verkeersveiligheid, minder emissie en meer doorstroming. Daarvoor hebben we in projecten concrete oplossingen ontwikkeld. Die moeten nu echt volume gaan krijgen, zoals meer gebruikers. Daarom moeten overheden en marktpartijen de technologische vooruitgang nog beter ondersteunen. Voor mij springt eruit dat we de datalevering vanuit de publieke kant snel op orde krijgen, zodat data actueel beschikbaar is, in de juiste formats en van goede kwaliteit. Dat is een voorwaarde om te kunnen profiteren van smart mobility, of het nu gaat om navigatie, rijtaakondersteuning of Mobility as a Service. Rode draad in de Kamerbrief van de minister is dat de wereld verandert, en dat wij mee moeten veranderen. Smart mobility en het leveren van data moet een normaal onderdeel worden van ons werk, het is niets nieuws of verrassends.’
De Jonge: ‘Het gaat erom dat overheden datalevering organisatorisch borgen en inregelen in hun eigen processen, verantwoordelijkheden, sturingslijnen en monitoring. Datalevering moet het nieuwe normaal worden, net als het dagelijks ophalen van huisvuil.’

Dijkstra: ‘Daarnaast bundelen we als overheden onderling nog meer onze krachten en brengen we middelen en energie bij elkaar. Als je op drie plekken iets wilt ondernemen, kun je dat beter gezamenlijk doen in plaats van los van elkaar. Krachtenbundeling maakt innovatie efficiënter en vergroot de impact.’

'Het gaat erom dat overheden datalevering organisatorisch borgen en inregelen in hun eigen processen, verantwoordelijkheden, sturingslijnen en monitoring.'

Welke plaats heeft Talking Traffic hierin?


Dijkstra: ‘Talking Traffic is gestart als proces volgens de rode draad die de minister schetst: samenwerken, de basis op orde brengen, nadenken over je politieke rol, en over wat je van de markt mag verwachten. Dat resulteert nu in iVRI’s op straat en steeds meer diensten in de auto. Het is een voorbeeld van hoe je in een innovatieproces van elkaar kunt leren, zowel aan de publieke als private kant en hoe je van een plan tot concrete effecten op straat kunt komen. Natuurlijk is het een groeimodel waarbij nieuwe partners aansluiten en we voortdurend zaken toevoegen zoals Talking Logistics en hopelijk Talking Bikes.

Als je meer wilt samenwerken, standaardiseren en smart mobility zichtbaar wilt maken, dan vind je dat in Talking Traffic, inclusief een nieuwe rolverdeling tussen overheid en markt als partners. Er wordt ontwikkeld én op grote schaal geïmplementeerd. Die implementatie is direct te vertalen naar andere gemeenten en provincies: iedere gemeente kan iVRI’s gebruiken en inregelen. Dat heeft effect op het verkeersnet en helpt lokale beleidsdoelen voor doorstroming en leefbaarheid te realiseren.’

Wat is de Talking Traffic-agenda voor de komende twee jaar?


De Jonge: ‘In 2019 richten we ons verder op de prioritering van vrachtverkeer, ov en nood- en hulpdiensten bij iVRI’s. De eerste pilot is gestart in Deventer en de volgende staat op het punt van beginnen op de N201 bij Utrecht. Van deze testcases brengen we alle ervaringen in kaart, ook die van chauffeurs. En krijgen we antwoord op meerdere vragen: is de prioritering betrouwbaar? Wat betekent het voor de snelheid en veiligheid van een noodvoertuig? Hoe past het bij het beleid en de regels van de wegbeheerder en wat betekent het voor het andere verkeer?

Hoeveel iVRI’s er over twee tot vier jaar op straat staan, hangt af van gemeenten en provincies. Zij bepalen het tempo en volume. Maar ik verwacht 2000 tot 2500. Ondertussen komen ook allerlei andere slimme toepassingen beschikbaar voor weggebruikers. En we willen nieuwe mogelijkheden onderzoeken van datadoorgifte uit bijvoorbeeld voertuigen zoals ruitenwissers en ABS. Daarmee kunnen we beter anticiperen op wat er op het wegennet gebeurt. Dat maakt het verkeer voorspelbaarder en veiliger. Op snelwegen hangen camera’s en rijden weginspecteurs rond, maar met data vanuit auto’s krijgen we een preciezer en completer beeld, ook op de wegen. Ook op lokale en provinciale wegen krijgen we zo meer ogen en oren. De meeste ongelukken gebeuren op provinciale wegen. Met data uit voertuigen kunnen we achteropkomend verkeer eerder waarschuwen en de veiligheid op de weg echt verbeteren.’

De roadshow is een soort reizend circus waarmee we het hele land doorgaan. Wanneer is het geslaagd?


Dijkstra: ‘Er is al een groep mensen die van de hoed en de rand weet. Ik zou het mooi vinden als we die groep via de roadshow kunnen vergroten. Ze ervaren wat er met Talking Traffic al kan en gaan met die kennis nadenken over wat het betekent voor hun eigen plannen, beleidsdoelen en investeringskeuzen. Ik hoop dat Talking Taffic daarin een serieuze afweging wordt.’

De Jonge: ‘Overheden zijn vaak verticaal en verkokerd georganiseerd. Iedereen houdt zich in zijn pijpenlaatje bezig met zijn eigen dossiers. De roadshow is succesvol als dwars door al die pijpenlaatjes heen de mensen, die bezig zijn met wegen, parkeerbeheer, milieu of ruimtelijke inrichting de voordelen van deze technologie ontdekken. Voornaamste doel is dat we hen uit hun koker halen en laten zien dat Talking Traffic biedt wat burgers willen en nodig hebben. Zij willen geen onbegrijpelijke tekst langs de kant van de weg of een veelheid aan borden waarbij ze tijdens het rijden zelf moeten bedenken of ze nu wel of niet via de gebruikelijke route naar hun werk kunnen. Mensen willen dat thuis en onderweg zien op hun eigen scherm, dat is gekoppeld aan hun agenda.’

Waar kan de Cleantech Regio trots op zijn en waar liggen uitdagingen?


De Jonge: ‘De Cleantech Regio is koploper als het gaat om snelheid, concreetheid en het uitvoeren van afspraken. De aanpak in Apeldoorn en Deventer is wat dat betreft een voorbeeld voor andere steden. Natuurlijk zijn er altijd uitdagingen, zoals het verder ‘vastspijkeren’ van dataproductie en –inkoop en inrichten van beheer in de dataketen; het is immers niet even een pilotje draaien. Maar deze steden zijn enorm op de goede weg, in de juiste richting en met een mooi tempo.’